Ontspanning Zen voelen

Zo slaap ik (bijna) altijd goed

Zo slaap ik (bijna) altijd goed

Zelfs al ben ik een goede slaper, ik blijf het interessant vinden om te kijken hoe ik nog beter kan slapen. Natuurlijk is mijn methode niet perfect, maar ik kan wel zeggen dat ik nauwelijks problemen heb met in slaap komen of doorslapen. Dit zijn de zes principes waarmee ik het beste uit de nacht haal.

Een vaste bedtijd

Als ik naar mijn slaapritme kijk, dan zit hier duidelijk een vaste lijn in. Als het acht uur ‘s avonds is, dan bedenk ik me dat ik nog een uurtje heb om iets te doen. Zodra het negen uur is, weet ik dat het bijna tijd is om me klaar te maken voor de nacht. Is het iets voor tien, dan zorg ik dat ik niet veel later in bed lig. Het komt nauwelijks voor dat ik afwijk van dit ritme, afgezien van een feestje in het weekend of een luie vrijdagavond bijvoorbeeld. Klinkt misschien saai, maar het zorgt er wel voor dat ik me overdag goed kan concentreren en ik nauwelijks een dipje heb.

Warm licht

Hoewel het felle licht niet echt stimulerend is voor mijn slaap, ben ik vast niet de enige die ‘s avonds nog achter de laptop zit of van een mobiele telefoon gebruik maakt. Gelukkig is hier iets aan te doen: f.lux, software die de helderheid en kleur van je computer automatisch aanpast naar het tijdstip van de dag. Is het avond, dan toont het scherm warm licht, zodat je zo min mogelijk last hebt van je computer. In de ochtend maakt het scherm je wakkerder. Ideaal dus als je niet zonder telefoon of laptop kunt.

Slaap als prioriteit

Dit klink misschien gek voor mensen die juist erg gefocust zijn op hun slaap en als nog slaapproblemen hebben, maar voor mij werkt het in elk geval wel. Goed slapen is voor mij een prioriteit, dus houd ik hier rekening mee. Dit houdt in dat ik mijn slaap inplan net zoals ik bij een gewone studieopdracht zou doen. Ik waak er natuurlijk wel voor dat ik er niet in doordraai, want ik slaap ook heus wel eens iets minder goed of ik ga een avond wat later naar bed. Meestal merk ik ook niet zoveel van een korte nacht, omdat ik toch de rest van de week goed slaap door het vaste ritme.

Toegeven aan vermoeidheid

Een enkele keer ben ik zo moe, dat ik aan het begin van de avond al zit te knikkebollen. Dan kan ik twee dingen doen: ik zet me eroverheen of ik geef toe aan de vermoeidheid en ga naar bed. Meestal doe ik dat laatste, zelfs al is het zaterdagavond. Negeer ik mijn vermoeidheid, dan is het vaak nog lastiger om in slaap te vallen als het eenmaal bedtijd is en heb ik de volgende dag een (kleine) slaapachterstand. Liever maak ik een lange nacht en sta ik de volgende morgen weer fit naast mijn bed, zodat ik genoeg energie heb voor de rest van de dag.

Slapen, verder niets

Ik heb geen aparte slaapkamer, maar alles wat niet met slapen te maken heeft (studeren, televisie kijken, internetten, enzovoorts), is uit de buurt van mijn bed. Dus als ik naar bed ga, is dat ook alleen omdat ik naar bed ga en niet omdat ik vanuit bed nog een aantal mailtjes wil beantwoorden bijvoorbeeld. Zo geef ik indirect een seintje aan mijn lichaam: als ik in bed lig, is het tijd om te slapen, verder niets.

Wakker = wakker

Als ik wakker ben, dan ben ik ook wakker. Soms kan het zo zijn dat ik in het weekend al om acht uur opsta. Is dat erg? Totaal niet, want daardoor heb ik alleen maar meer aan mijn dag. Een lange uitslaper ben ik trouwens nooit geweest. Ik ben nu eenmaal energieker als ik meteen uit bed stap.

Heb jij moeite met slapen?

You Might Also Like

Leave a Comment

Leave a Reply

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.